Bestuurs(proces)recht

 

In het onderstaande wordt een kort overzicht van het bestuurs(proces)recht gegeven. Dit overzicht bevat een aantal hoofdlijnen om een indruk te geven van wat het bestuursrecht is en wat de bezwaar- en (hoger) beroepsprocedure inhouden. De exacte regels zijn te vinden in de wet en jurisprudentie.

 

Bestuurs(proces)recht

Het bestuursrecht regelt de verhoudingen tussen de overheid en burgers. Het omvat regels waaraan de overheid en burgers zich moeten houden. De overheid moet zich aan regels houden bij het nemen van besluiten, zoals het verlenen van een bouwvergunning of het verstrekken van een subsidie. Ook gelden regels indien de overheid besluiten neemt om wettelijke regels te handhaven, bijvoorbeeld als iemand bouwt zonder vergunning. Onderdelen van het bestuursrecht zijn onder meer het ambtenarenrecht, subsidierecht, gemeenterecht, ruimtelijke ordeningsrecht, milieurecht, sociale zekerheidsrecht, belastingrecht en vreemdelingenrecht. In het bestuursrecht is ook geregeld wat een persoon of organisatie kan doen als hij het niet eens is met een besluit van de overheid. Dit onderdeel van het bestuursrecht heet het bestuursprocesrecht. De meeste bestuursrechtelijke procedures verlopen ongeveer op dezelfde manier. Nadat het bestuursorgaan een besluit heeft genomen, kan daartegen meestal bezwaar worden gemaakt. Als iemans het oneens is met de beslissing op het bezwaar, kan hij daartegen in beroep gaan. Daarna volgt veelal de mogelijkheid van hoger beroep. Ook kan een voorlopige voorziening worden gevraagd (vergelijk het "kort geding").

 

Algemene wet bestuursrecht

De belangrijkste regels van het bestuurs(proces)recht staan in de Algemene wet bestuursrecht ("Awb"). In de Awb staat bijvoorbeeld hoe de overheid een besluit moet voorbereiden, onderbouwen en bekendmaken. Ook de regels voor het maken van bezwaar en het instellen van (hoger) beroep staan in de Awb. Naast de Awb zijn er nog andere, speciale wetten waarin aparte regels staan.

 

Bezwaarprocedure

Degene die het niet eens is met een beslissing van een bestuursorgaan en daarbij belang heeft, kan meestal een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen.

Voorbeelden bestuursorganen

Een bestuursorgaan is een organisatie die helemaal of voor een groot deel onder de overheid valt. Dit zijn instanties van de rijksoverheid, een provincie, een gemeente of een waterschap, zoals een minister, een commissaris van de koningin, een burgemeester of een college van burgermeester en wethouders, maar ook bijvoorbeeld een college van bestuur van de universiteit.

Wanneer bezwaar maken

Een bezwaarschrift kan worden ingediend in de volgende situaties:

- iemand is het niet eens met de beslissing die het bestuursorgaan op zijn aanvraag heeft genomen. Bijvoorbeeld als hij een vergunning heeft aangevraagd en de gemeente heeft besloten dat hij deze niet krijgt;

- iemand is het niet eens met een beslissing die het bestuursorgaan heeft genomen op de aanvraag van iemand anders en hij is hierbij rechtstreeks betrokken. Zijn buren hebben bijvoorbeeld een bouwvergunning gekregen om een uitbouw te maken. Hij is tegen een dergelijke verbouwing, want zijn uitzicht wordt hierdoor belemmend;

- iemand heeft nadelige gevolgen van een beslissing die het bestuursorgaan uit zichzelf neemt, bijvoorbeeld een beslissing om hem een dwangsom op te leggen;

- voor het bestuursorgaan geldt een termijn en de beslissing op iemands aanvraag wordt niet binnen deze termijn genomen;

- het bestuursorgaan weigert een beslissing te nemen.

Geen mogelijkheid van bezwaar

Niet in alle gevallen kan bezwaar worden gemaakt. Soms moet administratief beroep worden ingesteld bij een ander bestuursorgaan. Het bestuursorgaan moet dit onder de beslissing vermelden. Verder is het niet mogelijk om bezwaar te maken tegen een besluit waarbij algemene regels zijn vastgesteld.

Termijn indienen bezwaarschrift

Het bezwaarschrift moet binnen zes weken na de bekendmaking van de beslissing bij het bestuursorgaan binnen zijn. In enkele gevallen is de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift korter dan zes weken. Het bestuursorgaan hoort dit bij de beslissing te vermelden. Indien iemand bezwaar heeft, omdat het bestuursorgaan de gevraagde beslissing niet op tijd neemt, geldt geen bezwaartermijn. Het bezwaarschrift mag dan echter niet onredelijk laat worden ingediend. Als het bezwaarschrift te laat binnenkomt en daar geen goede reden voor is, wordt het niet meer in behandeling genomen. Het bezwaar is dan niet-ontvankelijk.  Het is mogelijk dat het iemand niet lukt om het bezwaarschrift tijdig in te dienen, bijvoorbeeld omdat hij nog niet alle stukken heeft. In dat geval kan een "pro-forma-bezwaarschrift" woren ingediend. Daarna wordt de gelegenheid gegeven de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet op tijd gebeurt, dan kan het bestuursorgaan het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

Inhoud bezwaarschrift

In het bezwaarschrift moet in ieder geval worden vermeld:

- naam en adres;

- de datum van het bezwaarschrift;

- de omschrijving van de beslissing waartegen bezwaar wordt gemaakt, met zo mogelijk een kopie van de beslissing;

- de redenen van het instellen van bezwaar;

- handtekening.

Kosten bezwaarschriftprocedure

Aan een bezwaarschriftprocedure zijn geen kosten verbonden. Het is ook niet verplicht om een advocaat te nemen. Er kan wel voor worden gekozen om een advocaat in te schakelen. Ook kan een getuige of deskundige een verklaring afleggen, wat kosten met zich meebrengt. Het bestuursorgaan kan worden gevraagd om een vergoeding van de kosten. Dit verzoek moet zijn gedaan voordat de beslissing op het bezwaarschrift is genomen. Als iemand gelijk krijgt en de beslissing van het bestuursorgaan wordt herroepen, dan kan het bestuursorgaan in bepaalde gevallen worden opgedragen een deel van de kosten te betalen.

Wel of geen hoorzitting

Het betrokken overheidsorgaan organiseert veelal een hoorzitting waarop het bezwaarschrift wordt behandeld. Het bestuursorgaan hoeft echter niet te horen, als:

- het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, bijvoorbeeld omdat het te laat is ingediend;

- het bezwaar kennelijk ongegrond is;

- aan het bezwaar helemaal tegemoet wordt gekomen zonder dat anderen daar nadeel van ondervinden;

- bij (gemeentelijke) belastingen, tenzij daarom uitdrukkelijk is verzocht;

- als de bezwaarmaker en eventuele betrokkenen hebben aangegeven dat ze niet gehoord willen worden.

Als wel een hoorzitting plaatsvindt, kunnen belanghebbenden tijdens die zitting hun standpunten toelichten. Voorafgaand aan de hoorzitting liggen de stukken in elk geval een week ter inzage, meestal bij het bestuursorgaan. Alle betrokkenen kunnen tegen vergoeding kopieŽn van de stukken krijgen. Het horen vindt plaats in bijzijn van de andere betrokkenen. Als de bezwaarmaker daar een goede reden voor heeft, kan hij ook vragen om afzonderlijk te worden gehoord. Het bestuursorgaan beslist hierover. De andere betrokkenen worden daarna wel ingelicht over wat is besproken. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt.

Beslistermijn

Het bestuursorgaan moet binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift beslissen. Deze termijn kan worden verlengd met vier weken. Als voor de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld, geldt een beslistermijn van tien weken. Deze termijn kan ook met vier weken worden verlengd.

Voorlopige voorziening

Tijdens de bezwaarschriftprocedure geldt de genomen beslissing. Het kan zijn dat deze beslissing intussen onherstelbare gevolgen heeft. In dat geval kan tijdens de bezwaarschriftprocedure aan de rechter worden gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Dit betekent dat een speciale regeling kan worden getroffen voor de periode dat het bezwaarschrift nog in behandeling is. Aan deze procedure zijn kosten verbonden. Een voorlopige voorziening moet worden gevraagd aan de voorzieningenrechter van het rechterlijk college waar in beroep zou moet worden gegaan.

Beslissing op bezwaar

Als het bestuursorgaan een beslissing op het bezwaarschrift heeft genomen, ontvangen de bezwaarmaker en eventuele betrokkenen daarvan bericht. Het bestuursorgaan geeft de reden aan waarom een bepaalde beslissing is genomen.

 

(Hoger) beroepsprocedure bij de rechter

Degene die het niet eens is met een beslissing op een bezwaarschrift kan meestal in beroep gaan bij de rechter. Veelal behandelt de bestuursrechter van de rechtbank het beroep, maar voor sommige zaken zijn er gespecialiseerde bestuursrechters. Bij de beslissing van het bestuursorgaan op het bezwaarschrift moet staan vermeld of beroep kan worden ingesteld, waar en binnen welke termijn.

Rechtstreeks beroep

In uitzonderingsgevallen kan met het bestuursorgaan en andere betrokkenen worden afgesproken om de bezwaarschriftprocedure over te slaan en de zaak direct aan de rechter voor te leggen. Dit wordt rechtstreeks beroep genoemd. Rechtstreeks beroep kan zinvol zijn als het meningsverschil met het bestuursorgaan niet over de feiten, maar over een zuiver juridische kwestie gaat, terwijl vaststaat dat het bestuursorgaan en de bezwaarmaker het daarover niet eens worden.

Termijn indienen beroep

Het beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag van de verzending van de beslissing op het bezwaarschrift. In enkele gevallen is de termijn voor het indienen van een beroepschrift korter dan zes weken. Het bestuursorgaan hoort dit dan bij de beslissing te vermelden. Als het beroepschrift te laat binnenkomt en daar geen goede reden voor is, wordt het niet meer in behandeling genomen.  Het is mogelijk dat het iemand niet lukt om het beroepschrift tijdig in te dienen, bijvoorbeeld omdat hij nog niet alle stukken heeft. In dat geval kan een "pro-forma-beroepschrift" worden ingediend. Daarna wordt de gelegenheid gegeven de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet op tijd gebeurt, dan kan de rechter het beroepschrift alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

Inhoud beroepschrift

In uw beroepschrift moet in ieder geval worden vermeld:

- naam en adres;

- de datum van het beroepschrift;

- de omschrijving van de beslissing op het bezwaarschrift, met zo mogelijk een kopie van de beslissing;

- de redenen van het instellen van beroep;

- handtekening.

Ook moeten alle eventuele andere stukken in tweevoud bij het beroepschrift worden gevoegd.

Kosten beroepsprocedure

Het instellen van beroep kost geld. Er wordt griffierecht geheven. Net als in bezwaar is het ook in de beroepsprocedure niet verplicht om een advocaat in te schakelen, maar het mag wel. Ook kan een gemachtigde namens iemand beroep instellen. Het laten afleggen van een verklaring door een getuige of deskundige kan eveneens kosten met zich meebrengen. De rechter kan worden gevraagd om het bestuursorgaan in de proceskosten te veroordelen.

Schadevergoeding

In beroep kan ook schadevergoeding worden gevraagd. In dat geval moet worden aangetoond welke schade door de beslissing wordt geleden.

Vooronderzoek

Als iemand een beroepschrift heeft ingediend, stelt de rechter een vooronderzoek in. Hij vraagt bij het overheidsorgaan alle stukken op. Daarnaast kan hij degene die het beroep heeft ingesteld vragen om een toelichting.

Wel of geen zitting

Soms doet de bestuursrechter op basis van de schriftelijke stukken meteen uitspraak, zonder dat hij een zitting houdt. Als partijen het daar niet meer eens zijn, kunnen zij een verzetschrift indienen bij de rechtbank. In dat geval wordt opnieuw gekeken of een zitting nodig is.

De rechter beslist op basis van de stukken als hij oordeelt dat:

- het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, bijvoorbeeld als het beroep te laat is ingediend en daar geen goede reden voor is of als het griffierecht niet op tijd is betaald;

- het beroep kennelijk ongegrond is, bijvoorbeeld als wordt geklaagd over een beslissing die volgens de wet niet anders had kunnen zijn;

- het beroep kennelijk gegrond is;

- de rechtbank kennelijk onbevoegd is, bijvoorbeeld als de zaak bij de civiele rechter moet worden behandeld.

Als de rechter de zaak niet op basis van de stukken afhandelt, houdt hij een zitting. Partijen ontvangen hiervoor een oproep. Daarin staat of zij verplicht zijn om te komen en wanneer zij het dossier met de stukken kunnen inzien. De rechter kan ook getuigen of deskundigen naar de zitting laten komen. Deze behandeling is openbaar.

Voorlopige voorziening

In het algemeen blijft de beslissing op het bezwaarschrift van kracht zolang de beroepsprocedure loopt. In spoedeisende zaken kunnen partijen aan de rechter een voorlopige voorziening vragen. Een voorlopige voorziening moet worden gevraagd aan de voorzieningenrechter van het rechterlijk college waar in beroep is gegaan.

Uitspraak

Na de zitting doet de bestuursrechter binnen zes tot twaalf weken schriftelijk uitspraak. Hij beoordeelt of de beslissing op het bezwaarschrift terecht is of niet. De rechter kan zelf een nieuwe beslissing nemen, maar kan ook het bestuursorgaan opdragen dat te doen. Verder kan de rechter bepalen of de partij die ongelijk heeft gekregen schadevergoeding moet betalen en wie de proceskosten moet betalen.

Hoger beroep

Als iemand het met de uitspraak van de rechter niet eens is, dan kan hij meestal in hoger beroep gaan. In de uitspraak staat bij welke rechter en binnen welke termijn dat moet gebeuren. Er bestaan speciale gerechten voor de behandeling van het hoger beroep in het bestuursrecht, zoals de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De procedure hiervoor is vrijwel gelijk aan die van het beroep.

 

Klacht

Tegen sommige beslissingen van de overheid is geen bezwaar en beroep mogelijk. In die gevallen bestaat vaak wel de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de instantie die de beslissing heeft genomen. Soms is het ook mogelijk om naar de civiele rechter te gaan, bijvoorbeeld om schadevergoeding te vragen. Ook kan een klacht worden ingediend bij de Nationale Ombudsman.